Oskert-thoes , aan alles komt een einde.
Aan alles komt een einde. Dat geldt voor grote dingen in het leven, maar ook voor iets ogenschijnlijk simpels als voetbal op een winderig veld ergens in het noorden van Groningen. Clubs verdwijnen, teams fuseren, tradities veranderen. Het hoort bij de tijd waarin we leven. Maar soms komt zo’n einde niet alleen door cijfers, ledenaantallen of financiën. Soms komt het ook door hoe mensen met elkaar omgaan.

In Usquert is zo’n moment aangebroken.
Met een naderende fusie en een club die uit het standaardvoetbal verdwijnt, staat er het nodige te veranderen in het regionale voetbal. Voor de ene club is dat een traject van maanden, vol vergaderingen, plannen en afwegingen. Voor de andere komt het einde abrupt. Hard. Onvermijdelijk.
Zaterdag 7 maart was zo’n momentZoals we samen hadden afgesproken kwam Usquert-voorzitter Kevin Ensing op die dag met het bericht dat de club stopt met veldvoetbal in het standaardvoetbal. Gemakkelijkoodschap, maar wel een eerlijke. Het besluit werd genomen omdat het ledenaantal terugloopt en de kosten om een club draaiende te houden steeds verder oplopen. Iedereen die een beetje rondkijkt in het amateurvoetbal weet dat dit geen uniek verhaal is. Overal in het land worstelen clubs met dezelfde realiteit.
Vrijwilligers worden schaarser. Jeugd stroomt minder door. Energiekosten stijgen. De administratieve last wordt groter. En uiteindelijk komt er dan een moment waarop een bestuur de vraag moet stellen: hoe lang kunnen we dit nog volhouden?
In Usquert kwam het antwoord sneller dan sommigen hadden gehoopt.
Logisch dus dat daar aandacht voor kwam. Zondag verscheen het door mij geschreven nieuws op de website en maandag stond het in de papieren versie van de Ommelander Courant. Gewoon een bericht, zoals dat vaker gebeurt wanneer er iets verandert in het regionale voetbal.
Maar maandag gebeurde er nog iets anders. Mijn telefoon begon te piepen.
Berichten. Oproepen. En de boodschap werd al snel duidelijk: de trainer van Usquert was niet blij.
Laat dat helder zijn: dat mag. Natuurlijk mag dat. Als je ergens veel tijd en energie insteekt, als je weekenden opoffert en probeert een team in het veld te brengen, dan doet het pijn wanneer dat plotseling stopt. Dat gevoel is begrijpelijk. Meer dan dat zelfs.
Voetbal is emotie. Zeker in dorpen waar een club meer is dan alleen een sportvereniging. Maar er is wel een grens. Een moment waarop teleurstelling omslaat in iets anders. In verwijt. In boosheid richting mensen die simpelweg hun werk( hobby) doen. Het gevolg was uiteindelijk een opmerking die mij nog steeds bijblijft. “Voor jouw is het niet meer naar Oskert-thoes.”
Zo’n zin klinkt misschien klein, maar hij zegt veel. Want in de basis gaat het hier helemaal niet over voetbal. Het gaat over respect. Jarenlang stond ik daar langs de lijn. In weer en wind. Regen die horizontaal over het veld jaagt. Windvlagen die het notitieblok bijna uit je handen trekken. Kou die in je vingers kruipt terwijl je probeert op te schrijven wat er gebeurt. Soms met z’n tweeën, soms alleen. Maar altijd met hetzelfde doel: het regionale voetbal zichtbaar maken. Want laten we eerlijk zijn: zonder mensen die verhalen schrijven, foto’s maken en wedstrijden volgen, verdwijnen veel van die dorpsclubs nog sneller uit beeld dan ze nu al doen.
Het is makkelijk om te vergeten hoeveel uren daarachter zitten.
De ritjes door de provincie. De zaterdag en zondagmiddagen op halflege sportparken. De gesprekken met trainers en spelers na een verloren wedstrijd. De verslagen die ’s avonds nog moeten worden uitgewerkt terwijl de rest van Nederland al op de bank zit. Dat doe je niet omdat het moet. Dat doe je omdat je van het voetbal houdt.
Juist daarom is het jammer wanneer een situatie zo uit de hand loopt dat je jezelf moet afvragen of het nog de moeite waard is. Want één ding is duidelijk: wanneer normaal met elkaar omgaan blijkbaar te veel gevraagd is, dan houdt het ergens op. En precies daar zitten we nu.
Voor mij betekent dat een simpel maar duidelijk besluit: per direct komt er voor mij een einde aan “Oskert-thoes”. Niet uit boosheid. Niet uit rancune. Maar uit principe. Respect werkt namelijk twee kanten op.
De realiteit is dat Usquert straks geen standaardvoetbal meer speelt. Dat is pijnlijk voor iedereen die bij de club betrokken is. Voor spelers, supporters, vrijwilligers en ja, ook voor de trainer. Maar boos worden op de boodschapper verandert daar niets aan. Sterker nog: het helpt niemand.
Het regionale voetbal staat al onder druk. Clubs fuseren, teams verdwijnen en steeds vaker hoor je dezelfde verhalen: te weinig spelers, te weinig vrijwilligers, te weinig geld. Juist in zo’n tijd zou je verwachten dat iedereen die het spelletje een warm hart toedraagt elkaar een beetje vasthoudt. Dat we begrijpen dat iedereen zijn rol heeft. Dat een bestuurder moeilijke beslissingen moet nemen. Dat een trainer teleurgesteld mag zijn. En dat een verslaggever simpelweg verslag doet. Wanneer dat besef verdwijnt, blijft er weinig over van de gemeenschap waar het amateurvoetbal zo vaak om geroemd wordt. Usquert verdient een waardig afscheid van het standaardvoetbal. De club heeft jarenlang een plek gehad in het regionale landschap. Daar horen herinneringen bij. Wedstrijden. Rivaliteit. Verhalen. Maar sommige hoofdstukken sluiten sneller dan je denkt. Voor het voetbal in Usquert begint straks een nieuwe fase. Hoe die eruit gaat zien, zal de toekomst uitwijzen. Voor mij is één ding duidelijk.
Oskert-thoes is voorbij. En soms, hoe jammer ook, is dat gewoon het einde van het verhaal
Trouwens de prognose: Wanneer Usquert compleet is dan worrdt het een 3-2 zege voor de thuisploeg tegen koploper Groen Geel. .

In Usquert is zo’n moment aangebroken.
Met een naderende fusie en een club die uit het standaardvoetbal verdwijnt, staat er het nodige te veranderen in het regionale voetbal. Voor de ene club is dat een traject van maanden, vol vergaderingen, plannen en afwegingen. Voor de andere komt het einde abrupt. Hard. Onvermijdelijk.
Zaterdag 7 maart was zo’n momentZoals we samen hadden afgesproken kwam Usquert-voorzitter Kevin Ensing op die dag met het bericht dat de club stopt met veldvoetbal in het standaardvoetbal. Gemakkelijkoodschap, maar wel een eerlijke. Het besluit werd genomen omdat het ledenaantal terugloopt en de kosten om een club draaiende te houden steeds verder oplopen. Iedereen die een beetje rondkijkt in het amateurvoetbal weet dat dit geen uniek verhaal is. Overal in het land worstelen clubs met dezelfde realiteit.
Vrijwilligers worden schaarser. Jeugd stroomt minder door. Energiekosten stijgen. De administratieve last wordt groter. En uiteindelijk komt er dan een moment waarop een bestuur de vraag moet stellen: hoe lang kunnen we dit nog volhouden?
In Usquert kwam het antwoord sneller dan sommigen hadden gehoopt.
Logisch dus dat daar aandacht voor kwam. Zondag verscheen het door mij geschreven nieuws op de website en maandag stond het in de papieren versie van de Ommelander Courant. Gewoon een bericht, zoals dat vaker gebeurt wanneer er iets verandert in het regionale voetbal.
Maar maandag gebeurde er nog iets anders. Mijn telefoon begon te piepen.
Berichten. Oproepen. En de boodschap werd al snel duidelijk: de trainer van Usquert was niet blij.
Laat dat helder zijn: dat mag. Natuurlijk mag dat. Als je ergens veel tijd en energie insteekt, als je weekenden opoffert en probeert een team in het veld te brengen, dan doet het pijn wanneer dat plotseling stopt. Dat gevoel is begrijpelijk. Meer dan dat zelfs.
Voetbal is emotie. Zeker in dorpen waar een club meer is dan alleen een sportvereniging. Maar er is wel een grens. Een moment waarop teleurstelling omslaat in iets anders. In verwijt. In boosheid richting mensen die simpelweg hun werk( hobby) doen. Het gevolg was uiteindelijk een opmerking die mij nog steeds bijblijft. “Voor jouw is het niet meer naar Oskert-thoes.”
Zo’n zin klinkt misschien klein, maar hij zegt veel. Want in de basis gaat het hier helemaal niet over voetbal. Het gaat over respect. Jarenlang stond ik daar langs de lijn. In weer en wind. Regen die horizontaal over het veld jaagt. Windvlagen die het notitieblok bijna uit je handen trekken. Kou die in je vingers kruipt terwijl je probeert op te schrijven wat er gebeurt. Soms met z’n tweeën, soms alleen. Maar altijd met hetzelfde doel: het regionale voetbal zichtbaar maken. Want laten we eerlijk zijn: zonder mensen die verhalen schrijven, foto’s maken en wedstrijden volgen, verdwijnen veel van die dorpsclubs nog sneller uit beeld dan ze nu al doen.
Het is makkelijk om te vergeten hoeveel uren daarachter zitten.
De ritjes door de provincie. De zaterdag en zondagmiddagen op halflege sportparken. De gesprekken met trainers en spelers na een verloren wedstrijd. De verslagen die ’s avonds nog moeten worden uitgewerkt terwijl de rest van Nederland al op de bank zit. Dat doe je niet omdat het moet. Dat doe je omdat je van het voetbal houdt.
Juist daarom is het jammer wanneer een situatie zo uit de hand loopt dat je jezelf moet afvragen of het nog de moeite waard is. Want één ding is duidelijk: wanneer normaal met elkaar omgaan blijkbaar te veel gevraagd is, dan houdt het ergens op. En precies daar zitten we nu.
Voor mij betekent dat een simpel maar duidelijk besluit: per direct komt er voor mij een einde aan “Oskert-thoes”. Niet uit boosheid. Niet uit rancune. Maar uit principe. Respect werkt namelijk twee kanten op.
De realiteit is dat Usquert straks geen standaardvoetbal meer speelt. Dat is pijnlijk voor iedereen die bij de club betrokken is. Voor spelers, supporters, vrijwilligers en ja, ook voor de trainer. Maar boos worden op de boodschapper verandert daar niets aan. Sterker nog: het helpt niemand.
Het regionale voetbal staat al onder druk. Clubs fuseren, teams verdwijnen en steeds vaker hoor je dezelfde verhalen: te weinig spelers, te weinig vrijwilligers, te weinig geld. Juist in zo’n tijd zou je verwachten dat iedereen die het spelletje een warm hart toedraagt elkaar een beetje vasthoudt. Dat we begrijpen dat iedereen zijn rol heeft. Dat een bestuurder moeilijke beslissingen moet nemen. Dat een trainer teleurgesteld mag zijn. En dat een verslaggever simpelweg verslag doet. Wanneer dat besef verdwijnt, blijft er weinig over van de gemeenschap waar het amateurvoetbal zo vaak om geroemd wordt. Usquert verdient een waardig afscheid van het standaardvoetbal. De club heeft jarenlang een plek gehad in het regionale landschap. Daar horen herinneringen bij. Wedstrijden. Rivaliteit. Verhalen. Maar sommige hoofdstukken sluiten sneller dan je denkt. Voor het voetbal in Usquert begint straks een nieuwe fase. Hoe die eruit gaat zien, zal de toekomst uitwijzen. Voor mij is één ding duidelijk.
Oskert-thoes is voorbij. En soms, hoe jammer ook, is dat gewoon het einde van het verhaal
Trouwens de prognose: Wanneer Usquert compleet is dan worrdt het een 3-2 zege voor de thuisploeg tegen koploper Groen Geel. .