Commentaren langs de lijn: het blijft een raar fenomeen
Het amateurvoetbal heeft veel mooie kanten. Vrijwilligers die elke week klaarstaan, supporters die hun club al decennia trouw volgen en spelers die – weer of geen weer – op zondag het veld op stappen. Maar er is ook een andere kant. Een kant die de laatste jaren steeds zichtbaarder wordt en waar steeds vaker zorgen over klinken: het gedrag langs de lijn.

Afgelopen week ging het er in de bestuurskamer van Kloosterburen al over. Aanleiding was een artikel in het Dagblad van het Noorden over grensoverschrijdend gedrag langs de velden. In dat artikel kwamen Henk-Jan Jensema, voorzitter van Be Quick 1887, en clubmanager Peter Koopman aan het woord. In de amateurvoetbalpodcast Tikkie Breed spraken zij openlijk hun zorgen uit over wat er rondom wedstrijden gebeurt.
Hun zorgen komen niet uit de lucht vallen. Recent liep een thuiswedstrijd van Be Quick Onder-19 tegen WHC op de Esserberg volledig uit de hand nadat een grensrechter werd belaagd. Wat begon met woorden langs de lijn eindigde uiteindelijk in een vechtpartij. Het zijn incidenten waar niemand op zit te wachten, maar die wel steeds vaker lijken voor te komen.
Volgens Jensema ligt een groot deel van het probleem bij de mensen langs het veld. Ouders, supporters en andere omstanders die zich nadrukkelijk met het spel bemoeien. Die commentaar leveren op de scheidsrechter, op spelers of op beslissingen waar ze vaak tientallen meters vandaan staan. Het gevolg is een sfeer die allesbehalve sportief is.
En eerlijk is eerlijk: wie regelmatig langs de velden staat als neutrale toeschouwer – of zoals in mijn geval als verslaggever – weet dat hij een punt heeft. Soms sta je echt met open mond te luisteren naar wat er allemaal geroepen wordt. Alsof een voetbalwedstrijd op zaterdagmiddag het decor is geworden voor frustraties die blijkbaar ergens anders niet geuit kunnen worden.
Gisteren was daar in Eenrum opnieuw een voorbeeld van.
Daar stond het duel tussen Eenrum en Ezinge op het programma. Op papier een wedstrijd zonder al te grote belangen. Twee ploegen die niet kunnen degraderen en de komende jaren ook niet direct voor de prijzen zullen spelen in de vaak donkere spelonken van het standaardvoetbal.
Kortom: een wedstrijd waar je als supporter eigenlijk redelijk ontspannen naar zou moeten kunnen kijken.
Maar dat lukt sommige mensen blijkbaar niet.
Langs de lijn stond een man die het nodig vond om zich voortdurend te laten horen. Niet met een opbouwende opmerking of een grapje – dat hoort er tenslotte ook bij – maar met een stroom aan onzin richting de scheidsrechter. Commentaar dat kant noch wal raakte, maar wel constant de grens opzocht van wat nog acceptabel is.
Het probleem is dat dit soort gedrag vaak niet op zichzelf staat. Het wordt zelden geroepen door iemand die rustig met een kop koffie langs de lijn staat. Nee, meestal gaat het gepaard met de nodige alcoholische versnaperingen. Biertje hier, biertje daar, en voor je het weet verandert een voetbalveld in een plek waar de remmen eraf gaan.
Alcohol en amateurvoetbal langs de lijn: het is al jaren een ongemakkelijke combinatie.
Want laten we eerlijk zijn: een biertje na afloop in de kantine hoort bij het verenigingsleven. Dat is onderdeel van de gezelligheid. Maar wanneer er tijdens de wedstrijd langs de lijn flink wordt ingenomen, verschuift die gezelligheid soms heel snel naar irritatie en agressie.
De scheidsrechter wordt dan een makkelijk doelwit. Iemand die zich niet kan verdedigen en die – zeker in het amateurvoetbal – vaak gewoon een vrijwilliger is die het fluiten erbij doet.
Dat maakt het des te schrijnender.
Want wie wil er nog scheidsrechter worden als je elke week wordt uitgescholden door mensen die denken dat ze het allemaal beter weten? Het is een vraag die steeds relevanter wordt. Overal in het amateurvoetbal kampen verenigingen met een tekort aan scheidsrechters. En incidenten langs de lijn helpen bepaald niet om nieuwe vrijwilligers enthousiast te maken.
In Eenrum liep het uiteindelijk met een sisser af. Ezinge wist in de slotfase nog een 4-4 uit het vuur te slepen en daarmee bleef de sfeer – hoe vreemd dat ook klinkt – nog enigszins onder controle. Maar het had zomaar anders kunnen lopen.
Want als emoties oplopen, is een vonk soms genoeg.
Wat misschien nog wel het meest opvallende was, gebeurde eigenlijk niet. Niemand corrigeerde de man die langs de lijn de scheidsrechter bleef bestoken. Geen bestuurslid, geen trainer, geen andere supporter. Het bleef bij wat hoofdschudden en wat gemompel.
En dat is misschien wel het grootste probleem van allemaal.
Want zolang dit gedrag stilzwijgend wordt geaccepteerd, verandert er niets. Sterker nog: het geeft mensen het gevoel dat ze ermee wegkomen. Dat het blijkbaar normaal is om op zondagmiddag alles maar te roepen wat in je opkomt.
Maar normaal is het niet.
Een sportpark hoort een plek te zijn waar spelers, scheidsrechters, vrijwilligers en supporters zich veilig voelen. Waar fanatisme prima is, maar respect de basis blijft.
Dat betekent ook dat clubs soms harder moeten optreden. Niet alleen tegen spelers, maar juist ook tegen mensen langs de lijn. Een supporter die zich structureel misdraagt, moet daarop aangesproken worden. En ja, soms betekent dat simpelweg dat iemand wordt verzocht om het sportpark te verlaten.
Dat is misschien ongemakkelijk. Maar niets doen is uiteindelijk veel schadelijker.
Want als het amateurvoetbal ergens niet op zit te wachten, dan is het wel dat een paar schreeuwers langs de lijn de sport verzieken voor iedereen die er gewoon van wil genieten.
Commentaar langs de lijn zal er altijd zijn. Dat hoort bij voetbal. Maar er is een wereld van verschil tussen betrokkenheid en ontspoorde frustratie.
Misschien is het tijd dat we die grens weer wat scherper gaan bewaken.