Fluiten voor de KNVB? Eerst zelf betalen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns



Wie, zoals ik, vrijwel ieder weekend ergens langs de lijn staat bij een duel in het amateurvoetbal, kijkt allang nergens meer van op. Of beter gezegd: bijna nergens meer van op. Want af en toe duikt er toch weer iets op waarvan je denkt: dit kan toch niet waar zijn?


jopie 2


Het kwam afgelopen zaterdag ter sprake in de bestuurskamer van Zeester uit Zoutkamp. Zo’n moment waarop de koffie klaar staat , de eerste analyses van de wedstrijd worden gemaakt en iemand ineens een onderwerp aansnijdt waar iedereen stil van wordt. Niet omdat het zo ingewikkeld is, maar omdat het zo absurd simpel is.

De kosten van een scheidsrechter.

Niet de kosten die clubs betalen. Niet de administratie. Niet de organisatie. Nee, de kosten die de scheidsrechter zélf moet maken om überhaupt een wedstrijd te kunnen fluiten die door de KNVB wordt georganiseerd.

Neem alleen al het tenue.

Iedereen langs de lijn gaat er automatisch vanuit dat een scheidsrechter die onder de vlag van de KNVB fluit, op z’n minst zijn kleding van diezelfde bond krijgt. Dat lijkt logisch. Een soort basisuitrusting. Net zoals een brandweerman zijn pak krijgt en een politieagent zijn uniform.

Maar nee.

De man die op zaterdagmiddag de orde moet bewaren tussen twee elftallen, twee trainers, wisselspelers en soms ook nog een paar honderd toeschouwers, mag zijn tenue gewoon zelf kopen.

Fluiten voor de bond, maar wel eerst zelf de portemonnee trekken.

Alsof dat nog niet genoeg is, zijn er de afstanden. Nederland lijkt klein, maar voor een amateurarbiter kan een wedstrijd zomaar een halve dag logistiek werk betekenen. Neem een wedstrijd voor een arbiter die woonachtig is in Emmen en in Zoutkamp maf fluiten. Voor veel mensen klinkt dat als een willekeurige afstand maar voor een scheidsrechter betekent het simpelweg: drie uur in de auto.

Drie uur.

Met de huidige benzine- en dieselprijzen is dat bepaald geen gezellig uitje meer. Sinds de economische fratsen van Donald J. Trump en de bijbehorende wereldwijde financiële schokken is autorijden er immers niet bepaald goedkoper op geworden. De pomp is tegenwoordig een plek waar je eerder een lichte hartverzakking krijgt dan een tankbeurt.

En toch stappen ze weer in.

Vrijwilligers. Liefhebbers. Mannen, en gelukkig ook vrouwen ,die hun zaterdag en zondag opofferen om een wedstrijd in goede banen te leiden. Want zonder scheidsrechter geen wedstrijd. Zo simpel is het.

Maar waar de KNVB vanzelfsprekend niet altijd direct iets kan doen aan wereldwijde brandstofprijzen, zijn er andere dingen die wél binnen handbereik liggen.

Bijvoorbeeld: een scheidsrechterstenue.

Niet eens een luxe pakket. Geen gouden fluit, geen designjas, geen VIP-behandeling. Gewoon een degelijk tenue. Shirt, broek, sokken. Als blijk van waardering voor het feit dat iemand bereid is om iedere week op een vaak modderig veld de spelregels te handhaven.

Maar blijkbaar is dat te veel gevraagd.

De bond, laten we hem voor het gemak maar even de club van ‘Jantje Infantino’ noemen, denkt daar kennelijk anders over. Prioriteiten, heet dat dan.

Daar zit men in Zeist met beleidsnota’s, projectgroepen, innovatieprogramma’s en strategische visies op het amateurvoetbal van 2035. Presentaties, werksessies en rapporten met waarschijnlijk mibder kennis dan in de gemiddelde bestuurskamer op zaterdagmiddag. Maar een simpel tenue voor de mensen die het spel daadwerkelijk mogelijk maken?

Geen thema.

Het blijft fascinerend hoe een organisatie die volledig leunt op vrijwilligers, er tegelijkertijd in slaagt diezelfde vrijwilligers structureel te vergeten. Trainers die hun eigen cursussen betalen. Bestuurders die hun vrije avonden opofferen. En scheidsrechters die eerst een bestelling moeten plaatsen voordat ze een wedstrijd mogen fluiten.

En dan hebben we het nog niet eens over het respect langs de lijn. Want laten we eerlijk zijn: scheidsrechter zijn in het amateurvoetbal is tegenwoordig ongeveer hetzelfde als vrijwillig in een wespennest gaan staan. Iedere beslissing wordt becommentarieerd. Iedere buitenspelvlag leidt tot discussie. Iedere gele kaart is volgens de thuisclub rood en volgens de uitclub een schwalbe.

Toch staan ze er. Week na week.

Niet voor het geld, want dat is er nauwelijks. Niet voor de roem, want die is er al helemaal niet. Ze doen het omdat iemand het moet doen. Omdat zonder hen het amateurvoetbal simpelweg stilvalt. En juist daarom is het zo merkwaardig dat de KNVB op dit punt zo ongelooflijk krenterig blijft.

Een tenue schenken aan je scheidsrechterskorps zou geen kostenpost moeten zijn. Het zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Een signaal: we zien jullie. We waarderen jullie. Jullie horen bij ons. Maar in Zeist lijkt men daar anders over te denken.

Daar wordt waarschijnlijk weer een nieuw beleidsplan geschreven over het behoud van scheidsrechters. Met grafieken, cijfers en aanbevelingen.

Misschien een campagnevideo.

Misschien een slogan.

Maar zolang de man die op zaterdag naar een wedstrijd in de vijfde klasse rijdt zijn eigen tenue moet kopen, blijft het probleem eigenlijk pijnlijk simpel.

De KNVB wil scheidsrechters. Maar blijkbaar niet genoeg om ze een shirt te geven.

En dat zegt eigenlijk alles.