Bizarre beelden
Bizarre beelden
‘Bizarre beelden: Sem Steijn krijgt ruzie met speler van Feyenoord.’
Wanneer je zo’n kop op internet leest, doe je wat iedere zichzelf respecterende voetballiefhebber doet: je klikt. Want als iets als bizar wordt omschreven, dan moet het wel flink uit de hand zijn gelopen. Denk aan kopstoten, wegwerpbekers, of minimaal een speler die met drie man in bedwang gehouden moet worden.

Na het twee keer bekijken van de beelden bleef ik echter licht teleurgesteld achter. Wat ik zag? Een woordenwisseling. Twee Feyenoorders die elkaar verbaal even de waarheid zeggen. Geen vuistslagen, geen scheidsrechter die met wijd gespreide armen tussenbeide moet komen, geen VAR-moment. Gewoon… voetbal.
Sterker nog: ik dacht bij mezelf, poe poe, dit is wat? Dit hoort er toch gewoon bij. Elkaar in het veld even uitmaken voor ‘rotte vis’ en het na de wedstrijd, onder het genot van een welverdiend sapje, weer uitpraten. Klaar. Volgende training, volgende wedstrijd.
Maar nee. Dit moest breed worden uitgemolken. Het werd “nieuws”. Er werd over geschreven, fragmenten gedeeld, meningen gevraagd. Alsof we getuige waren geweest van een historische veldslag in plaats van een standaard irritatiemoment dat in elk voetbalweekend duizenden keren voorkomt.
Want laten we eerlijk zijn: in elk elftal, op elk niveau, ontstaat weleens irritatie. Teamgenoten die elkaar verbaal corrigeren. Dat kan gaan over dom uitverdedigen, met de rug naar de tegenstander verdedigen – wat Steijn deed – of het afleveren van een ouderwetse ‘ziekenhuisbal’. Daar kun je chagrijnig van worden. Daar moet je soms chagrijnig van worden.
En nee, dat stopt niet bij de Eredivisie. Dat gebeurt ook in de kelderklasse, bij de veteranen en zelfs bij het Walking Football. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelf ook niet vies ben van het verbaal ‘corrigeren’ van een teamgenoot. Niet omdat ik een hekel aan hem heb, maar omdat ik wil winnen. Altijd. Dat lukt niet altijd, maar als team en individu moet je er wél alles aan doen.
Het verschil met vroeger is alleen dat we tegenwoordig doen alsof elk scherp woord meteen grensoverschrijdend is. Alsof een stevig “wat dóé je nou?” hetzelfde is als een levensbedreiging. Het verbaal ‘geweld’ is allang niet meer wat het ooit was. Maar zelfs deze afgezwakte versie blijkt voor sommigen al te veel.
Bij het zien van de beelden begreep ik St. Juste wel. Feyenoord stond met maar 0-1 voor. Dan moet er fel verdedigd worden. Dan kun je niet als een watje een duel ingaan. Dan mag, nee, dan móét , iemand je daar op wijzen. Ik weet niet wat St. Juste precies tegen Steijn gezegd heeft, maar dat het woorden waren in de buurt van ‘rotte vis’ of ‘klootviool’ leek me aannemelijk. Woorden die vroeger, in bijvoorbeeld Soren Lerby, geen samenvatting haalden.
Maar we leven nu in het tijdperk van het watjeskweek-beleid. Mede mogelijk gemaakt door de KNVB en wat gretig omarmd wordt door de media. Alles moet netjes, vriendelijk, pedagogisch verantwoord en liefst voorzien van een lesje. Voetbal is verworden tot een soort sociaal gebeuren waarin emoties vooral lastig zijn.
De KNVB roept ondertussen dat ze respect willen bevorderen. Prima. Niemand pleit voor schelden, slaan of intimideren. Maar respect betekent niet dat je elkaar niet meer mag aanspreken. Respect betekent ook dat je elkaar scherp houdt. Dat je accepteert dat voetbal een emotioneel spel is, geen yogasessie.
De media doen er vervolgens nog een schepje bovenop. Want hoe kleiner het incident, hoe groter de kop. ‘Bizarre beelden’, ‘opvallende ruzie’, ‘emoties lopen hoog op’. Het zijn woorden die tegenwoordig blijkbaar geplakt worden op momenten die vroeger simpelweg “voetbal” heetten.
En zo kweken we langzaam maar zeker een generatie spelers die bij het minste of geringste met grote ogen om zich heen kijken. Die denken: mag dit wel? In plaats van: hoe lossen we dit op en winnen we die wedstrijd?
Misschien moeten we stoppen met doen alsof voetbal een toneelstuk is waarin iedereen zijn tekst foutloos en beleefd moet opdreunen. Het is een contactsport. Met spanning, frustratie en emotie. En ja, soms hoort daar een stevig woord bij. Als dit al ‘bizarre beelden’ zijn, dan hebben we een probleem. Niet in het voetbal, maar erbuiten.
Want als we zelfs een woordenwisseling tussen twee teamgenoten niet meer kunnen verdragen, dan wordt het misschien tijd om te stoppen met voetbal kijken. Of om over te stappen op schaken. Daar praat niemand terug.
‘Bizarre beelden: Sem Steijn krijgt ruzie met speler van Feyenoord.’
Wanneer je zo’n kop op internet leest, doe je wat iedere zichzelf respecterende voetballiefhebber doet: je klikt. Want als iets als bizar wordt omschreven, dan moet het wel flink uit de hand zijn gelopen. Denk aan kopstoten, wegwerpbekers, of minimaal een speler die met drie man in bedwang gehouden moet worden.

Na het twee keer bekijken van de beelden bleef ik echter licht teleurgesteld achter. Wat ik zag? Een woordenwisseling. Twee Feyenoorders die elkaar verbaal even de waarheid zeggen. Geen vuistslagen, geen scheidsrechter die met wijd gespreide armen tussenbeide moet komen, geen VAR-moment. Gewoon… voetbal.
Sterker nog: ik dacht bij mezelf, poe poe, dit is wat? Dit hoort er toch gewoon bij. Elkaar in het veld even uitmaken voor ‘rotte vis’ en het na de wedstrijd, onder het genot van een welverdiend sapje, weer uitpraten. Klaar. Volgende training, volgende wedstrijd.
Maar nee. Dit moest breed worden uitgemolken. Het werd “nieuws”. Er werd over geschreven, fragmenten gedeeld, meningen gevraagd. Alsof we getuige waren geweest van een historische veldslag in plaats van een standaard irritatiemoment dat in elk voetbalweekend duizenden keren voorkomt.
Want laten we eerlijk zijn: in elk elftal, op elk niveau, ontstaat weleens irritatie. Teamgenoten die elkaar verbaal corrigeren. Dat kan gaan over dom uitverdedigen, met de rug naar de tegenstander verdedigen – wat Steijn deed – of het afleveren van een ouderwetse ‘ziekenhuisbal’. Daar kun je chagrijnig van worden. Daar moet je soms chagrijnig van worden.
En nee, dat stopt niet bij de Eredivisie. Dat gebeurt ook in de kelderklasse, bij de veteranen en zelfs bij het Walking Football. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelf ook niet vies ben van het verbaal ‘corrigeren’ van een teamgenoot. Niet omdat ik een hekel aan hem heb, maar omdat ik wil winnen. Altijd. Dat lukt niet altijd, maar als team en individu moet je er wél alles aan doen.
Het verschil met vroeger is alleen dat we tegenwoordig doen alsof elk scherp woord meteen grensoverschrijdend is. Alsof een stevig “wat dóé je nou?” hetzelfde is als een levensbedreiging. Het verbaal ‘geweld’ is allang niet meer wat het ooit was. Maar zelfs deze afgezwakte versie blijkt voor sommigen al te veel.
Bij het zien van de beelden begreep ik St. Juste wel. Feyenoord stond met maar 0-1 voor. Dan moet er fel verdedigd worden. Dan kun je niet als een watje een duel ingaan. Dan mag, nee, dan móét , iemand je daar op wijzen. Ik weet niet wat St. Juste precies tegen Steijn gezegd heeft, maar dat het woorden waren in de buurt van ‘rotte vis’ of ‘klootviool’ leek me aannemelijk. Woorden die vroeger, in bijvoorbeeld Soren Lerby, geen samenvatting haalden.
Maar we leven nu in het tijdperk van het watjeskweek-beleid. Mede mogelijk gemaakt door de KNVB en wat gretig omarmd wordt door de media. Alles moet netjes, vriendelijk, pedagogisch verantwoord en liefst voorzien van een lesje. Voetbal is verworden tot een soort sociaal gebeuren waarin emoties vooral lastig zijn.
De KNVB roept ondertussen dat ze respect willen bevorderen. Prima. Niemand pleit voor schelden, slaan of intimideren. Maar respect betekent niet dat je elkaar niet meer mag aanspreken. Respect betekent ook dat je elkaar scherp houdt. Dat je accepteert dat voetbal een emotioneel spel is, geen yogasessie.
De media doen er vervolgens nog een schepje bovenop. Want hoe kleiner het incident, hoe groter de kop. ‘Bizarre beelden’, ‘opvallende ruzie’, ‘emoties lopen hoog op’. Het zijn woorden die tegenwoordig blijkbaar geplakt worden op momenten die vroeger simpelweg “voetbal” heetten.
En zo kweken we langzaam maar zeker een generatie spelers die bij het minste of geringste met grote ogen om zich heen kijken. Die denken: mag dit wel? In plaats van: hoe lossen we dit op en winnen we die wedstrijd?
Misschien moeten we stoppen met doen alsof voetbal een toneelstuk is waarin iedereen zijn tekst foutloos en beleefd moet opdreunen. Het is een contactsport. Met spanning, frustratie en emotie. En ja, soms hoort daar een stevig woord bij. Als dit al ‘bizarre beelden’ zijn, dan hebben we een probleem. Niet in het voetbal, maar erbuiten.
Want als we zelfs een woordenwisseling tussen twee teamgenoten niet meer kunnen verdragen, dan wordt het misschien tijd om te stoppen met voetbal kijken. Of om over te stappen op schaken. Daar praat niemand terug.