Een statement ? Dat zou moeten maar gaat nooit gebeuren!!
“Eind november tot eind februari winterstop. Clubs moeten om tafel om dit te dwingen!”
Dit statement werd geplaatst onder een op Facebook geplaatst artikel van puurvoetbalonline.. Kort. Helder. En vooral: pijnlijk raak.
Ik kan maar één ding zeggen: ik ben het er volledig mee eens.
Maar , en hier komt het deel dat sommige clubs, bestuurders en misschien zelfs de bond niet leuk gaan vinden, het probleem zit dieper. Veel dieper. En het wordt structureel genegeerd door precies die mensen die het niet voelen.
Want laten we eens eerlijk zijn: denken we nu echt dat clubs uit de eerste of tweede klasse wakker liggen van de winterproblemen waar vooral de vijfde klasse elk jaar opnieuw in vastloopt? Nee. Natuurlijk niet.
Voor hen is het winterprogramma soms een beetje lastig. Voor de lagere klassen is het verlammend. Neem alleen al het kunstgrasvraagstuk. In onze regio is het verschil schrijnend en tegelijkertijd veelzeggenEerste klasse: 1 club, 1kunstgras
Twee kunstgrasvelden voor twaalf clubs. Dat betekent dat tien clubs volledig afhankelijk zijn van het weer. Van vorst. Van regen. Van een veld dat er vaak in november al uitziet alsof er een kudde wilde zwijnen overheen is gegaan.
En dan is de winter nog niet eens begonnen.
Weet de bond dit?
Ja, dat zou moeten.
Doet de bond hier iets mee? Daar begint het geloof snel te wankelen.
Want wat is de realiteit? Zodra het schema vastloopt, zodra wedstrijden worden afgelast en competities scheef gaan lopen, wordt er naar beneden gekeken. Naar de vierde en vijfde klasse. Daar kan “wel wat geschoven worden”. Daar kunnen wedstrijden “wel doordeweeks”. Daar is “nog voldoende ruimte al hebben ze geen lichtinstallatie.”.
Altijd daar.
En dan hevven we nog dat geneuzel over de KNVB-beker voor vierde- en vijfdeklassers. Alsof dat het heilig erfgoed van het amateurvoetbal is. Alsof die extra potjes in augustus en september zwaarder wegen dan een complete competitie die in februari en maart uit elkaar klapt.
Laten we eerlijk zijn: die beker kost meer dan hij oplevert. Extra belasting. Extra speeldagen. Extra uitstel later in het seizoen. En voor wat? Een avondje eergevoel of als kanonnenvoer dienen. En daarna weer terug naar de realiteit van modder, vorst en afgelastingen in januari, februari en soms maart
Schrap die beker voor de vierde en vijfde klasse. Collectief. Zonder discussie. En ja, dat betekent dat álle clubs mee moeten. Geen uitzonderingen. Geen “wij willen wel”. Want zolang een paar clubs hun eigen belang voorop blijven zetten, verandert er helemaal niets. En precies daar wringt het in mijn beleving.
Saamhorigheid, dat is een mooi woord. Maar in het amateurvoetbal, zeker in de lagere regionen van het standaardvoetbal, is het vooral theorie. In de praktijk geldt: ieder voor zich, en God voor ons allen. Collectief weigeren om doordeweeks te spelen zou een krachtig statement zijn. Sterker nog: het zou misschien wel het enige statement zijn dat écht pijn doet. Geen midweekse lapmiddelen meer. Geen avondwedstrijden omdat het schema “moet worden ingehaald”.
Maar laten we niet naïef zijn. Dat gaat niet gebeuren.
Er is altijd wel een club die tóch wil. Omdat ze denken er voordeel uit te halen. Omdat ze een bredere selectie hebben. Omdat ze net toevallig dat ene kunstgrasveld kunnen huren. Of omdat ze bang zijn om dwars te liggen richting bond of competitie. En dus gebeurt wat er elk jaar gebeurt: de lagere klassen passen zich aan. Slokken het probleem. Spelen wanneer het eigenlijk niet kan. En worden vervolgens afgerekend op een rommelig seizoen dat niemand echt serieus kan nemen. Wat het extra wrang maakt, is dat de hogere regionen hier nauwelijks last van hebben. Die hebben faciliteiten. Die hebben kunstgras. Die hebben buffers. En die hebben , laten we het maar gewoon zeggen , misschien ook wel meer invloed binnen de bond
Van boven, clubs en KNVB hoeven de lagere regionen in het amateurvoetbal dus niets te verwachten.
De oplossing zal van onderaf moeten komen. Van de vierde en vijfde klasse zelf. En dat vraagt iets wat op dit moment misschien wel het meest ontbreekt: gezamenlijk lef.
Niet zeuren. Niet mopperen in de kantine. Maar hardop zeggen: zo niet langer. Een langere winterstop is geen luxe, het is noodzaak. En als dat betekent dat er iets moet sneuvelen – zoals die beker – dan zij dat zo.
Want blijven doen wat we nu doen, is geen beleid. Het is uitstel van ellende.
En die ellende ligt elk jaar opnieuw op exact dezelfde plek: in de modder van de lagere klassen. Terwijl de rest gewoon doorspeelt.
Misschien wordt het tijd dat iemand dat eens hard zegt. En die er fiiguurlijk een keer wel met een gestrekt been in durft te gaan!!.
Dit statement werd geplaatst onder een op Facebook geplaatst artikel van puurvoetbalonline.. Kort. Helder. En vooral: pijnlijk raak.

Ik kan maar één ding zeggen: ik ben het er volledig mee eens.
Maar , en hier komt het deel dat sommige clubs, bestuurders en misschien zelfs de bond niet leuk gaan vinden, het probleem zit dieper. Veel dieper. En het wordt structureel genegeerd door precies die mensen die het niet voelen.
Want laten we eens eerlijk zijn: denken we nu echt dat clubs uit de eerste of tweede klasse wakker liggen van de winterproblemen waar vooral de vijfde klasse elk jaar opnieuw in vastloopt? Nee. Natuurlijk niet.
Voor hen is het winterprogramma soms een beetje lastig. Voor de lagere klassen is het verlammend. Neem alleen al het kunstgrasvraagstuk. In onze regio is het verschil schrijnend en tegelijkertijd veelzeggenEerste klasse: 1 club, 1kunstgras
- Tweede klasse: 1 club, 1kunstgras
- Derde klasse: 2 clubs, 2 kunstgras
- Vierde klasse: 6 clubs, 2 kunstgras
- Vijfde klasse: 12 clubs, 2 kunstgras
Twee kunstgrasvelden voor twaalf clubs. Dat betekent dat tien clubs volledig afhankelijk zijn van het weer. Van vorst. Van regen. Van een veld dat er vaak in november al uitziet alsof er een kudde wilde zwijnen overheen is gegaan.
En dan is de winter nog niet eens begonnen.
Weet de bond dit?
Ja, dat zou moeten.
Doet de bond hier iets mee? Daar begint het geloof snel te wankelen.
Want wat is de realiteit? Zodra het schema vastloopt, zodra wedstrijden worden afgelast en competities scheef gaan lopen, wordt er naar beneden gekeken. Naar de vierde en vijfde klasse. Daar kan “wel wat geschoven worden”. Daar kunnen wedstrijden “wel doordeweeks”. Daar is “nog voldoende ruimte al hebben ze geen lichtinstallatie.”.
Altijd daar.
En dan hevven we nog dat geneuzel over de KNVB-beker voor vierde- en vijfdeklassers. Alsof dat het heilig erfgoed van het amateurvoetbal is. Alsof die extra potjes in augustus en september zwaarder wegen dan een complete competitie die in februari en maart uit elkaar klapt.
Laten we eerlijk zijn: die beker kost meer dan hij oplevert. Extra belasting. Extra speeldagen. Extra uitstel later in het seizoen. En voor wat? Een avondje eergevoel of als kanonnenvoer dienen. En daarna weer terug naar de realiteit van modder, vorst en afgelastingen in januari, februari en soms maart
Schrap die beker voor de vierde en vijfde klasse. Collectief. Zonder discussie. En ja, dat betekent dat álle clubs mee moeten. Geen uitzonderingen. Geen “wij willen wel”. Want zolang een paar clubs hun eigen belang voorop blijven zetten, verandert er helemaal niets. En precies daar wringt het in mijn beleving.
Saamhorigheid, dat is een mooi woord. Maar in het amateurvoetbal, zeker in de lagere regionen van het standaardvoetbal, is het vooral theorie. In de praktijk geldt: ieder voor zich, en God voor ons allen. Collectief weigeren om doordeweeks te spelen zou een krachtig statement zijn. Sterker nog: het zou misschien wel het enige statement zijn dat écht pijn doet. Geen midweekse lapmiddelen meer. Geen avondwedstrijden omdat het schema “moet worden ingehaald”.
Maar laten we niet naïef zijn. Dat gaat niet gebeuren.
Er is altijd wel een club die tóch wil. Omdat ze denken er voordeel uit te halen. Omdat ze een bredere selectie hebben. Omdat ze net toevallig dat ene kunstgrasveld kunnen huren. Of omdat ze bang zijn om dwars te liggen richting bond of competitie. En dus gebeurt wat er elk jaar gebeurt: de lagere klassen passen zich aan. Slokken het probleem. Spelen wanneer het eigenlijk niet kan. En worden vervolgens afgerekend op een rommelig seizoen dat niemand echt serieus kan nemen. Wat het extra wrang maakt, is dat de hogere regionen hier nauwelijks last van hebben. Die hebben faciliteiten. Die hebben kunstgras. Die hebben buffers. En die hebben , laten we het maar gewoon zeggen , misschien ook wel meer invloed binnen de bond
Van boven, clubs en KNVB hoeven de lagere regionen in het amateurvoetbal dus niets te verwachten.
De oplossing zal van onderaf moeten komen. Van de vierde en vijfde klasse zelf. En dat vraagt iets wat op dit moment misschien wel het meest ontbreekt: gezamenlijk lef.
Niet zeuren. Niet mopperen in de kantine. Maar hardop zeggen: zo niet langer. Een langere winterstop is geen luxe, het is noodzaak. En als dat betekent dat er iets moet sneuvelen – zoals die beker – dan zij dat zo.
Want blijven doen wat we nu doen, is geen beleid. Het is uitstel van ellende.
En die ellende ligt elk jaar opnieuw op exact dezelfde plek: in de modder van de lagere klassen. Terwijl de rest gewoon doorspeelt.
Misschien wordt het tijd dat iemand dat eens hard zegt. En die er fiiguurlijk een keer wel met een gestrekt been in durft te gaan!!.