De verbazing voorbij – wat zijn we bij het jeugdvoetbal in hemelsnaam aan het doen langs de lijn?

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Zaterdag was weer zo’n dag. Zo’n dag waarop je jezelf drie keer afvraagt of jij degene bent die het verkeerd ziet, of dat het jeugdvoetbal collectief de weg kwijt is. Een dag van verbazen, verbazen en nog eens verbazen. En vooral: denken van waar gaat dit in godsnaam over?



jopie 2


Het begon al vroeg. Een jeugdwedstrijd afgelast. Niet vanwege een onbespeelbaar veld, niet vanwege wateroverlast of sneeuwresten, maar vanwege een tekort aan spelers bij het thuisteam. Een JO15-team. Vijftien jaar en jonger. Tekort aan spelers. In een fase waarin ontwikkeling, plezier en wedstrijden spelen centraal zouden moeten staan. Het gevolg: beide teams spelen een onvolledige fase 2. Pech voor iedereen.

Natuurlijk, officieel kan het allemaal. Reglementair klopt het. Maar moreel? Organisatorisch? Ik verbaas mij erover. Of we moeten inderdaad aannemen dat er een ware griepepidemie rond Ezinge woedde die het complete teams tegelijkertijd heeft geveld. Het zou kunnen. Maar laten we eerlijk zijn: dit is geen incident meer. Dit is een symptoom. Van clubs die leunen op te kleine selecties. Van kinderen die afhaken. Van ouders die het te druk hebben. Van een voetbalwereld die steeds meer vraagt en steeds minder opvangt.

En toen moest deel twee van mijn ‘verbaasdag’ nog komen.

Noordwolde. JO7-1. Zevenjarigen. Kinderen die nog moeten leren wat overspelen ongeveer is en vooral zouden moeten leren dat voetbal leuk is. GVAV Rapiditas walste daar over Eenrum, Noordwolde en De Heracliden heen. Niet alleen in uitslagen, maar vooral in houding. In fysiek spel. In mentaliteit.

Het was niet het plezier dat de boventoon voerde. Niet het lachen, niet het samen juichen, niet het spel ontdekken. Nee, het was winnen. Winnen tegen elke prijs. Met fysiek spel dat over de grens ging. Met kinderen die niet leerden hoe je samen speelt, maar hoe je de tegenstander intimideert.

En dan die ene opmerking vanaf een moeder was terecht: “Mag het misschien wat rustiger aan?” Het antwoord van de leider van GVAV Rapiditas was veelzeggend en onthutsend tegelijk: “Wat moet ik dan tegen de jongens zeggen?”

Dat je daar überhaupt over moet nadenken, zegt alles. Als je als leider niet weet dat het antwoord is: dat het om plezier gaat, dat je rekening houdt met anderen, dat je zes jaar bent, dan ben je als leider simpelweg geen knip voor de neus waard. Dan hoor je niet voor een groep kinderen te staan.

Maar ,en zo eerlijk moeten we zijn , ook de andere leiders hadden daar eerder en steviger iets van mogen zeggen. Niet uit angst voor gedoe, niet met de handrem erop, maar vanuit verantwoordelijkheid. Want wie zwijgt, laat gebeuren.

En toen was daar deel drie van de verbaasdag

Velserbroek. JO9. Kleinzoon Morris. Een wedstrijd zoals er zovelen zijn. Tot de laatste minuten.

Een botsing in de eerste helft. Twee spelers. Eén jongetje huilt. De spelleider doet wat hij moet doen: hij gaat kijken. De speler geeft zelf aan dat het goed gaat. Groen licht. Doorgaan. Geen vrije bal. Volledig terecht. Maar niet voor “The Velsen Hooligans”. Wat volgde was een discussie die nergens over ging. Een sfeer die nergens voor nodig was. Martine, die mee was om Morris te zien voetballen maar verder nooit op een voetbalveld komt, keek mij verbaasd aan. En ik keek terug. Ook verbaasd. Op dat moment dacht ik oprecht: staan we hier bij een JO9-wedstrijd te kijken, of bij een degradatiekraker in de eredivisie?

Een opa als oproerkraaier. Twee leiders die volledig uit hun stekker gingen. Ouders die het veld bijna opliepen alsof ze verhaal kwamen halen. En dat allemaal omdat een EIGEN speler had aangegeven dat er niets aan de hand was. Laat dat even inzinken.

Een kind zegt: het gaat. En volwassenen besluiten: nee, het gaat niet, want wij willen gelijk.

Het ironische slot? Velsen won. Dus konden de meegereisde ‘hooligans’ zaterdagavond tevreden naar huis. En zich zondagochtend in de RK-kerk in Velsen weer voorbeeldig gedragen. Braaf. Keurig. Respectvol Maar wat ze zaterdag langs de lijn bij een jeugdwedstrijd even volledig waren vergeten. En dat is misschien wel de kern van het probleem. We vergeten het. Te vaak. Te gemakkelijk. Dat jeugdvoetbal geen podium is voor onze frustraties. Geen uitlaatklep voor ons ego. Geen verlengstuk van onze eigen onvervulde sportambities.

Dit gaat over kinderen.

Over spel. Over leren verliezen. Over leren winnen zonder te vernederen. Over leiders die opvoeders zijn. Over ouders die voorbeeldgedrag tonen. Over opa’s die hun rol kennen.

Het jeugdvoetbal heeft geen nieuwe regels nodig. Geen nieuwe formats. Geen nieuwe commissies. Het heeft volwassenheid nodig. Zelfreflectie. En af en toe iemand die hardop zegt: jongens, waar zijn we in hemelsnaam mee bezig? En laat ik dat dan maar zijn die zegt doe een keer normaal!!!!

Zaterdag was zo’n dag. Een dag van verbazing. Maar vooral een dag die liet zien: zolang we blijven doen alsof dit normaal is, verandert er helemaal niets.