Het shirt in de kleedkamer en de gekte van de warming-up
Tot iemand ineens roept: “Trainer! Ik heb m’n wedstrijdshirt nog niet aan!” En daar gaat-ie. De wisselspeler, net nog een keurige 400 meter aan sprintjes gedaan ,vliegt de kleedkamer in, alsof hij een recordpoging shorttrack met noppen gaat doen. De rest kijkt wat beduusd toe. Jij ontploft van binnen. Want ja, de klok tikt, de scheids heeft al op z’n fluit geblazen, en jouw bankzitter is bezig met een kledingwissel alsof hij auditie doet voor een catwalk bij H&M. En dat allemaal… omdat z’n shirt nog in de kleedkamer lag.
De modegrill van de warming-up
Wat is dat toch tegenwoordig met die warming-up-shirts?Vroeger , ja, ik ga het zeggen, vroeger ,deed je de warming-up gewoon in je wedstrijdshirt. Punt. Misschien had je er een trainingsjack overheen, maar dat was het dan ook. Als je klaar was, gooide je dat jack uit, even het zweet met je hand van je voorhoofd, en hoppa: spelen maar. Nu zie je complete warming-up collecties. Inloopshirts, strakke thermoshirts, ondershirts, compressiesokken, armbandjes, haarbandjes, en dan, na de warming-up, een hele verkleedpartij. Alsof de kleedkamer backstage bij Lowlands is. En het mooiste: sommigen doen dat niet eens uit praktische overweging, maar puur omdat “het shirt niet lekker zit tijdens de warming-up.” Niet lekker zit? Je speelt op een veld waar meer molshopen dan graspolletjes liggen, de wedstrijdbal is harder dan de gehaktbal van de kantine. Wat maakt dat shirt dan nog uit?
De trainer en zijn ‘bankie kameraad’
Maar goed, als trainer kun je niet alles voorzien. Je probeert structuur te brengen, regels te stellen, duidelijk te zijn. Je hebt nog zo gezegd: “Iedereen doet warming-up mét wedstrijdshirt, dan hebben we geen gezeur.” Maar nee hoor. Eén vergeet z’n shirt, de ander heeft z’n sokken nog nat van de vorige week, en weer een ander is zijn scheenbeschermers kwijt. En daar sta je dan: net je tactische praatje afgerond, strak in je planning, en dan komt die ene wisselspeler met grote ogen: “Trainer, ik moet even m’n shirt halen.” En dan komt dat punt waarop je, als echte amateurtrainer, moet kiezen:Laat ik ‘m nog rennen, of is het gewoon klaar? De meeste van ons hebben hetzelfde antwoord: “Bankie, kameraad. Spullen niet in orde? Jammer dan. Volgende in de rij.”
Want laten we eerlijk zijn: het draait niet alleen om voetballen. Het draait om discipline, om verantwoordelijkheid, om een beetje karakter. En ja, soms ook om het idee dat iemand even op de blaren mag zitten omdat-ie dacht dat hij bij Ajax 1 zat.
De charme van het geploeter
Dit soort dingen maken het amateurvoetbal. We lachen erom, maar we herkennen het allemaal. De keeper die z’n handschoenen vergeet. De linksback die met twee verschillende sokken speelt. De rechtsbuiten die z’n schoenen nog nat heeft van de donderdagtraining.En de trainer , altijd een beetje bozer dan hij wil toegeven, die het allemaal probeert te managen alsof hij Pep Guardiola is, maar dan met een kratje AA in plaats van een iPad. Het hoort erbij. Want waar anders vind je zo’n mengeling van passie, chaos en kameraadschap? Je traint twee keer in de week, hebt een wedstrijd op zaterdag of zondag, en alles draait om dat kleine moment van plezier: een mooie goal, een sliding die nét goed uitpakt, een overwinning die je in de kantine viert met een lauwe pils en een bakje friet. En ja, soms met een wisselspeler die nog steeds z’n shirt zoekt.
De illusie van professionaliteit
Er is een soort drang in het amateurvoetbal ontstaan om steeds professioneler te lijken. Teams hebben warming-up routines, vaste playlists, tactische bordjes, zelfs dronebeelden van trainingen.Maar ergens onderweg zijn we ook een beetje vergeten dat amateurvoetbal juist niet professioneel is. Dat dat juist de charme is. Je hebt een ploeg met een loodgieter, een student, een buschauffeur, een gymleraar, en een jongen die op zaterdag liever had uitgeslapen maar nu in de spits staat omdat de vaste man met z’n vriendin naar de IKEA is. Dat is amateurvoetbal. En als die ploeg dan met z’n allen een warming-up doet in perfect gesynchroniseerde inloopshirts, dan lach ik een beetje van binnen. Want het is prachtig, die ambitie, die teamgeest, maar het blijft een toneelstukje van mensen die vooral spelen omdat ze van het spel houden.