Columns
De eerste competitieronde van het nieuwe seizoen zit erop en opnieuw blijkt hoe kwetsbaar het amateurvoetbal in de lagere regionen is. Ik besloot dit jaar twee competities wat nauwkeuriger te volgen: op zaterdag de zesde klasse, poule 19, en op zondag de vijfde klasse, poule 12. De keuze viel niet zomaar op deze poules. Samen zijn er negen teams actief uit het verspreidingsgebied van de Ommelander Courant: op zondag Warffum 2, Winsum 2, Usquert 2 en Rood Zwart Baflo 2, en op zaterdag Ezinge 2, FC LEO 2, Kloosterburen 2, VVSV’09 2 en Zeester 3. Reden genoeg om er eens kritisch naar te kijken.
Douchen op de club: meer dan een kwestie van hygiëne
Deze week zag ik ze weer voorbij fietsen, de jonge voetballers en voetbalsters. Strak in de trainingskleren, schoenen aan, veters stevig gestrikt. Het beeld klopt helemaal,behalve dat ene detail: geen sporttas. Geen handdoek, geen schone kleren, geen douchespullen. Waar wij vroeger standaard met een goed gevulde tas naar de training of wedstrijd gingen, zie ik nu steeds vaker jeugdspelers zonder sporttas op pad gaan
De speeltuin die B-categorie heet
Er zijn onderwerpen waar je omheen kunt draaien, en er zijn onderwerpen waar je gewoon met gestrekt been in moet gaan. Voor mij is de B-categorie in het amateurvoetbal al jaren zo’n stokpaardje. Een stokpaardje waar ik overigens zó vaak op zit dat de verf er inmiddels af is gebladderd. Iedereen die mij kent of mijn stukken op Puurvoetbalonline leest, weet dat ik er geen doekjes om wind. Want iemand moet het zeggen. Iemand moet de spreekbuis zijn van al die spelers, trainers en vrijwilligers die elke week weer tijd en energie stoppen in hun club,en ondertussen hun geduld verliezen omdat de B-categorie steeds meer is verworden tot een soort vrijblijvende speeltuin. Want laten we eerlijk zijn: dat is het tegenwoordig. Een speeltuin. Een plek waar alles mag, niets hoeft, en waar je vooral niet raar moet opkijken als er weer eens geen tegenstander op komt dagen.
Vijfdeklassers als kanonnenvoer? Tijd voor een eigen bekertoernooi
Jarenlang is het vaste prik geweest: het bekertoernooi als verplichte voorbode van de competitie. Trainers gebruiken het als oefenperiode, spelers bouwen conditie op en scheidsrechters werken de eerste serieuze fluitbeurten van het seizoen af. Maar voor veel vijfdeklassers is het inmiddels eerder een frustratie dan een voorbereiding. Want eerlijk is eerlijk: hoe leerzaam is het nu echt als je met 8-0 weggespeeld wordt door een derde of vierdeklasser die zijn basiself alvast op scherp zet?
“Hoe de KNVB onze jongste jeugd in de kou laat staan”
Het speelschema van het Amateurvoetbal district Noord/Oost seizoen 2025/2026 laat een ding duidelijk zien. De jongste jeugd JO7 t/m JO12 is niet alleen op tijd klaar met het seizoen, ook zijn de vakanties belangrijker dan het onder betere weersomstandigheden spelen..
De Ijdelheid van de Fluit: als de arbiter zichzelf de hoofdrol gunt
Er zijn in het voetbal een paar zekerheden. De bal is rond, de wedstrijd duurt negentig minuten, en er zijn altijd wel scheidsrechters die denken dat de mensen voor hén naar het sportpark komen. Ze lopen er trots bij, borst vooruit, fluitje om de nek alsof het een olympische medaille is, en een blik alsof ze zojuist de Champions League-finale hebben geleid ,terwijl ze in werkelijkheid op een drassig veld staan waar de cornervlaggen scheef in de grond zijn gestoken en de rechte lijnen ontbreken.
Robin van Persie als speler en trainer onnavolgbaar
Wanneer ik op televisie een wedstrijd de volle negentig minuten heb uitgekeken? Ik zou het eerlijk gezegd niet weten. Duels, zoals deze week de Champions League-wedstrijden van PSV en Ajax, volg ik niet live. Ik lees de uitslagen de volgende ochtend op internet en blader door de verslagen in de krant. Daarmee ben ik volledig op de hoogte, zonder dat ik mijn avond hoef op te offeren aan negentig minuten te vaak kleurloos en voorspelbaar voetbal.
Eext verdwijnt uit de Oostermoer, maar niet uit beeld.”
Sinds ik als verslaggever voor zowel de Ommelander Courant als de Oostermoer actief ben, staan mijn weekenden vrijwel altijd in het teken van het amateurvoetbal. Meestal betekent dat dat ik één of soms twee wedstrijden bezoek. Dat aantal is de laatste jaren wel gedaald, vooral omdat steeds meer zondagclubs de overstap naar de zaterdag hebben gemaakt. Op het Hogeland is inmiddels nog maar één zondagclub over: Usquert. Waar ik vroeger op zondag nog uit meerdere duels kon kiezen, is dat aanbod flink geslonken.
Eext verdwijnt uit de Oostermoer, maar niet uit beeld.”
Sinds ik als verslaggever voor zowel de Ommelander Courant als de Oostermoer actief ben, staan mijn weekenden vrijwel altijd in het teken van het amateurvoetbal. Meestal betekent dat dat ik één of soms twee wedstrijden bezoek. Dat aantal is de laatste jaren wel gedaald, vooral omdat steeds meer zondagclubs de overstap naar de zaterdag hebben gemaakt. Op het Hogeland is inmiddels nog maar één zondagclub over: Usquert. Waar ik vroeger op zondag nog uit meerdere duels kon kiezen, is dat aanbod flink geslonken.
Hits, boetes en hobby’s
Een vraag over bezoekersaantallen zette me deze week aan het denken. Want eerlijk? Ik weet het niet meer, en belangrijker nog: het maakt me ook niets meer uit. Mijn site is geen bedrijf, maar mijn hobby. En dat voelt bevrijdend.
